Geen genezing, maar wel beleid: wat dat betekent
Hersenweefsel dat door zuurstofgebrek beschadigd is, herstelt niet. Dat is de medische werkelijkheid bij vasculaire dementie, en het is eerlijk om dat te benoemen. Wat artsen wél kunnen doen, is de risicofactoren behandelen die nieuwe vaatschade veroorzaken: bloeddruk, cholesterol, bloedsuiker. Het doel is niet genezing, maar het beschermen van wat er is. Minder nieuwe schade betekent een trager verloop.
Ik merk in de wijk dat dit onderscheid, geen genezing maar wel vertraging, belangrijk is voor families. Het haalt de schijn weg dat behandeling zinloos is, maar het schept ook geen valse verwachting. De medicijnen voor bloeddruk en cholesterol worden gegeven omdat ze werken, niet om een ziek gevoel weg te nemen maar om nieuwe beschadigingen te voorkomen.
Wil je begrijpen welke schade er precies is en hoe de MRI-uitslag eruitziet, dan lees je dat in het artikel over de oorzaken van vasculaire dementie, witte vlekken en de Fazekas-score.
Bloeddruk, cholesterol en leefstijl: dit is de kern van de behandeling
De kern van de behandeling bij vasculaire dementie is het aanpakken van de vaatrisicofactoren. Daarvoor worden medicijnen gegeven die je misschien al kent uit de preventie van hart- en vaatziekten. Ze zijn ook hier van toepassing, omdat dezelfde processen die de hartslagaders beschadigen ook de hersenvaten beschadigen.
Bloeddrukverlagers zijn het meest gebruikte middel. Een langdurig hoge bloeddruk is een van de belangrijkste risicofactoren voor verdere vaatschade in de hersenen. Als de bloeddruk goed behandeld wordt, vermindert de kans op een nieuwe beroerte of nieuwe wittestofafwijkingen. Statines (cholesterolverlagers) en diabetesmedicijnen kunnen ook worden voorgeschreven als die risicofactoren aanwezig zijn. In sommige situaties, afhankelijk van het soort vaatschade, worden bloedverdunners gegeven om nieuwe afsluiting van bloedvaten te voorkomen.
Naast medicijnen telt leefstijl. Stoppen met roken vertraagt aderverkalking in alle bloedvaten. Voldoende bewegen, een gezond gewicht en minder alcohol dragen bij. Dat zijn geen grote ingrepen, maar ze stapelen zich op.
Waarom cholinesteraseremmers hier niet passen
Als families thuis zoeken naar medicijnen voor dementie, komen ze vaak cholinesteraseremmers tegen. Dat zijn middelen als donepezil en rivastigmine, die bij de ziekte van Alzheimer worden gegeven. De vraag is logisch: als die er zijn voor Alzheimer, waarom dan niet bij vasculaire dementie?
Het antwoord zit in de oorzaak. Bij de ziekte van Alzheimer speelt een tekort aan acetylcholine een grote rol, en cholinesteraseremmers vullen dat tekort aan. Bij vasculaire dementie is de schade in de bloedvaten de kern van het probleem, en niet het choline-systeem. Daarom adviseert de Nederlandse richtlijn voor dementie expliciet om geen cholinesteraseremmers te geven voor de symptomatische behandeling van vasculaire dementie. Het middel past niet bij deze oorzaak.
Bij Lewy body dementie, waarbij acetylcholine wél een rol speelt, geldt een ander medicatieprofiel. Lees meer over de behandeling van die dementievorm in de gids over Lewy body dementie.
Structuur, beweging en goede zorg: wat thuis het meeste bijdraagt
De niet-medicamenteuze aanpak is bij vasculaire dementie minstens zo belangrijk als de medicijnen. Structuur en vaste routines helpen iemand die moeite heeft met plannen en overzicht bewaren, de dag door te komen zonder steeds opnieuw te moeten uitzoeken wat nu het geval is. Dat is geen kleine dingen: een vaste ochtendvolgorde, altijd dezelfde plek voor de sleutels, dezelfde tijden voor eten.
Beweging heeft een eigen plek. Fysiotherapie kan helpen bij de lichamelijke klachten die bij vasculaire dementie horen: moeite met lopen, evenwichtsproblemen, een groter valrisico. Een fysiotherapeut geeft oefeningen om het lopen stabieler te houden en de valrisico's thuis te verminderen. Ergotherapie richt zich op de praktische aanpassingen in huis en in de dagindeling.
En dan is er de zorg zelf. Wijkverpleging kan helpen bij de persoonlijke verzorging, vergoed via de basisverzekering. Maar wijkverpleging heeft zijn grenzen: vaste gezichten zijn er niet altijd, en de avond- en nachtmomenten vallen vaak buiten de reguliere roosters. Op de momenten die ertoe doen, als iemand meer begeleiding nodig heeft dan de wijkzorg kan bieden, kan particuliere zorg een aanvulling zijn: vaste mensen, beschikbaar op de momenten die passen.
Somberheid en onrust: bijkomende klachten vragen soms eigen medicatie
Naast de cognitieve achteruitgang horen bij vasculaire dementie ook klachten op het gebied van stemming en gedrag. Somberheid en depressie komen voor, en die zijn wél behandelbaar. De Hersenstichting benoemt dat psychologische ondersteuning bij geheugenproblemen, en medicijnen voor stemmingsklachten via de geriater of psychiater, onderdeel zijn van de begeleiding. Dat is belangrijk: een behandelbare depressie die onbehandeld blijft, maakt de situatie zwaarder dan nodig.
Onrust en angst kunnen later in het verloop opkomen. De huisarts of geriater beoordeelt dan welke middelen passen, rekening houdend met de algemene gezondheid. Het is een gesprek dat je actief kunt aanvragen: als je thuis ziet dat stemming een groot probleem wordt, benoem dat dan bij de volgende controle. Het wordt soms overgezien omdat de aandacht naar de cognitieve klachten gaat.
Meer lezen over hoe het verloop eruitziet en wat je in de latere fasen kunt verwachten? Dat staat in het artikel over het eindstadium van vasculaire dementie. En voor de zorg thuis nu, wat er geregeld kan worden en via welke route, lees je meer in de complete gids over vasculaire dementie.
Veelgestelde vragen
Zijn er medicijnen die vasculaire dementie kunnen behandelen?
Er zijn geen medicijnen die vasculaire dementie genezen of terugdraaien. Hersenweefsel dat door zuurstofgebrek beschadigd is, herstelt niet. Wat artsen wél kunnen doen, is de risicofactoren behandelen die nieuwe vaatschade veroorzaken: bloeddruk, cholesterol en bloedsuiker. Dat stopt de ziekte niet, maar vertraagt verdere achteruitgang. Voor stemming en onrust zijn soms medicijnen nodig, maar dat zijn middelen die de bijkomende klachten aanpakken, niet de dementie zelf. Cholinesteraseremmers, de medicijnen die bij de ziekte van Alzheimer worden voorgeschreven, worden bij vasculaire dementie niet aanbevolen.
Waarom worden cholinesteraseremmers niet gegeven bij vasculaire dementie?
Cholinesteraseremmers, zoals donepezil, zijn erop gericht om het tekort aan de stof acetylcholine in de hersenen aan te vullen. Dat tekort speelt een grote rol bij de ziekte van Alzheimer en bij Lewy body dementie, maar is bij vasculaire dementie niet de kern van het probleem. Daar zit de schade in de bloedvaten, niet in het choline-systeem. De richtlijn voor dementie adviseert dan ook expliciet: gebruik geen cholinesteraseremmers voor vasculaire dementie. Dat is geen pessimistisch advies, maar een eerlijk: het middel past niet bij deze oorzaak.
Helpt het behandelen van hoge bloeddruk echt tegen vasculaire dementie?
Ja, en dit is het meest concrete dat er te doen is. Een langdurig hoge bloeddruk is de belangrijkste risicofactor voor verdere vaatschade in de hersenen. Als de bloeddruk goed behandeld wordt, vermindert de kans op een nieuwe beroerte of nieuwe wittestofafwijkingen. Dat stopt de dementie niet, maar het vertraagt de achteruitgang. Hetzelfde geldt voor het behandelen van een te hoog cholesterol en een te hoge bloedsuiker. De bloeddruk en de andere vaatrisicofactoren blijven ook na de diagnose aandacht vragen: behandeling is iets voor de lange termijn, niet iets dat je een keer hebt gedaan.
Wat kunnen fysiotherapie en ergotherapie betekenen bij vasculaire dementie?
Fysiotherapie helpt bij de lichamelijke klachten die vaak bij vasculaire dementie horen: moeite met lopen, evenwichtsproblemen en de grotere kans op vallen. Een fysiotherapeut kan oefeningen geven om het lopen stabieler te houden en de valrisico's thuis te verminderen. Ergotherapie richt zich op de dagelijkse activiteiten: hoe pas je de woning en de dagindeling aan als plannen en overzicht houden moeilijker worden? Samen vormen ze een aanvulling op de medische behandeling, gericht op wat iemand in het dagelijks leven nog wél kan. Beide zijn voor veel mensen vergoed via de basisverzekering of de Wmo.
Hoe verschilt de behandeling van vasculaire dementie van die van Alzheimer?
Bij de ziekte van Alzheimer staat het tekort aan acetylcholine centraal, en voor dat tekort bestaan medicijnen die een bescheiden maar meetbaar effect hebben. Bij vasculaire dementie is de schade in de bloedvaten de kern, en daarvoor zijn die medicijnen niet effectief. De behandeling bij vasculaire dementie is daarmee meer gericht op het lichaam: bloeddruk, cholesterol, bloedsuiker, en het voorkomen van nieuwe beroertes. Voor niet-medicamenteuze aanpak, zoals structuur, beweging en dagritme, zijn de twee vormen meer vergelijkbaar. Wil je meer weten over Lewy body dementie, een andere vorm met een deels ander medicatieprofiel? Lees dan de gids over Lewy body dementie.
Bronnen
Voor de feiten in dit artikel heb ik me gebaseerd op de volgende bronnen:
- Hersenstichting, Vasculaire dementie (vasculaire dementie is niet te genezen; behandeling via psychologische ondersteuning, fysiotherapie, ergotherapie en leefstijlaanpassingen; medicijnen voor stemming via geriater of psychiater).
- Richtlijnendatabase.nl, Cholinesteraseremmers bij dementie (expliciete aanbeveling: gebruik geen cholinesteraseremmers voor de symptomatische behandeling van vasculaire dementie).
- Alzheimercentrum Amsterdam, Vasculaire dementie (behandeling van bloeddruk, bloedsuiker en cholesterol; vasculaire dementie is helaas niet te genezen).
- Amsterdam UMC, Vasculaire dementie (patiënteninformatie) (risicofactoren zoals hoge bloeddruk kunnen behandeld worden; soms worden bloedverdunners gegeven afhankelijk van het soort schade).
- Alzheimercentrum Erasmus MC, Vasculaire dementie (behandeling van onderliggende hart- en vaatziekten om verdere schade te voorkomen; behandeling van hoge bloeddruk kan cognitieve functies bij sommige mensen verbeteren).






