Waarom gedrag en karakter veranderen bij vasculaire dementie
Gedragsverandering bij vasculaire dementie komt door de ziekte zelf. Vasculaire dementie ontstaat door schade aan de bloedvaten in de hersenen: delen van het brein krijgen te weinig bloed en vallen stukje voor stukje uit. Het is na de ziekte van Alzheimer de meest voorkomende vorm van dementie. Wat families vaak als eerste opvalt, is niet het geheugen maar het gedrag. Het karakter kan veranderen: iemand wordt prikkelbaar, raakt minder geïnteresseerd in anderen of neemt nauwelijks nog ergens initiatief toe.
Het verloop is bovendien grillig. Mensen met vasculaire dementie hebben goede en slechte dagen, en na een nieuwe beroerte of TIA kan er opeens een stap achteruit zijn. Wat gisteren nog lukte, lukt vandaag niet, en morgen misschien weer wel. Verwarrend, maar het betekent niet dat je naaste zich aanstelt. Meer over de ziekte zelf lees je in de complete gids over vasculaire dementie en het artikel over de symptomen van vasculaire dementie.
De frustratie: het zit er nog wel, maar het komt er niet uit
Boosheid bij vasculaire dementie is bijna altijd frustratie. Door de vaatschade worden denken en praten trager: op woorden komen kost moeite, overzicht houden en plannen lukt steeds minder. Maar het besef is er in het begin vaak nog wél, en dat is de wrange combinatie van deze ziekte.
Wat ik in de praktijk telkens terugzie: mensen weten vaak nog precies wat ze willen zeggen of doen, maar het komt er niet meer uit. Dáár komt de frustratie vandaan, en soms de agressie. Frustratie die er niet in woorden uit kan, komt er als boosheid uit. Voor jou als mantelzorger betekent elke uitbarsting intussen opnieuw schrikken, sussen en inslikken. Dat mag ook gezegd worden.
En dan sta je thuis voor de vraag waar elke familie voor komt te staan: help je door zinnen af te maken en dingen over te nemen, of wacht je af? Mijn advies: geef eerst tijd. Een paar tellen langer wachten voelt ongemakkelijk, maar geeft iemand de kans het zelf te zeggen. Neem je alles meteen over, dan bevestig je onbedoeld het gevoel dat het niet meer lukt. Of dit werkt, hangt af van de persoon en het moment: je moet een beetje aanvoelen wat jouw vader of moeder prettig vindt. Dat geldt voor mij net zo goed als voor jou.
Somberheid en depressie: makkelijk te missen, wel iets mee te doen
Naast boosheid hoort ook somberheid bij het beeld van vasculaire dementie. Dat is goed te verklaren: in het begin weet iemand vaak nog wat er aan de hand is, en juist dat besef kan tot somberheid en depressie leiden. Je ziet je eigen tempo dalen, merkt dat de woorden haperen, en je begrijpt heel goed wat dat betekent.
Het lastige is dat een depressie bij dementie makkelijk onopgemerkt blijft: stil zijn, nergens zin in hebben en weinig initiatief nemen lijken op de dementie zelf. Bespreek aanhoudende somberheid daarom met de huisarts. Die kan beoordelen of er een depressie meespeelt en wat daaraan te doen valt. Je hoeft niet te wachten tot het erg genoeg lijkt.
Zo ga je er thuis mee om
De belangrijkste regel bij veranderd gedrag door vasculaire dementie: reageer op het gevoel, niet op de woorden. Corrigeren en in discussie gaan werken vrijwel nooit; rustig blijven, tijd geven en afleiden met iets vertrouwds werken vaak wel. Een kopje koffie is in de wijk niet voor niets het meest gebruikte medicijn. Zoek daarnaast naar het patroon achter de boosheid: vaak zit er een trigger achter, zoals drukte, haast of vermoeidheid, en een trigger kun je vermijden.
Houd de dagen verder voorspelbaar: vaste tijden, een vaste volgorde, één ding tegelijk. Op een goede dag voelt dat overdreven, op een slechte dag is het houvast. En wordt de boosheid agressie waar jij of je naaste niet meer veilig bij is, schakel dan de huisarts of de casemanager dementie in. Casemanagement dementie wordt vergoed uit het basispakket, al vanaf de fase waarin je alleen nog een niet-pluisgevoel hebt. Hoe het verdere verloop van de ziekte eruit kan zien, lees je in het artikel over het eindstadium van vasculaire dementie.
Voor jou: je lijdt er misschien wel meer onder dan je naaste
Wat ik in deze huizen vaak terughoor van partners is geen vraag over de ziekte, maar een zin over het gemis: ik ken hem zo niet meer. De persoon met vasculaire dementie vergeet de uitbarsting vaak snel; jij draagt hem de rest van de dag mee. Daarom zeg ik het maar eerlijk: de mantelzorger lijdt er vaak meer onder dan degene met de ziekte. Stel je eens voor: vijftig jaar samen, en de man tegenover je aan tafel reageert opeens als iemand die je niet kent. Elke dag opnieuw. Dat is slopend, en dat het je raakt is geen zwakte.
Zorg daarom net zo goed voor jezelf als voor je naaste. Thuisarts.nl geeft mantelzorgers hetzelfde advies als ik: neem genoeg rust, houd je eigen contacten en hobby's vast, en regel op tijd extra ondersteuning. Respijtzorg, zoals dagopvang of iemand die een paar dagdelen de zorg overneemt, geeft je de kans om bij te tanken voordat je omvalt. Al is de praktijk eerlijk gezegd weerbarstig: roosters zijn krap en de gezichten wisselen, en juist bij dementie geeft dat onrust. Soms is extra zorg op de momenten die ertoe doen dan een uitkomst, bijvoorbeeld particuliere zorg naast de wijkverpleging: een klein aantal vaste gezichten, op de uren dat jij het nodig hebt. En merk je dat je er zelf doorheen begint te zakken, lees dan wat je kunt doen als de mantelzorg te zwaar wordt, of doe de gratis check hieronder: dan kijk ik met je mee wat er in jullie situatie past.
Veelgestelde vragen
Waarom wordt iemand met vasculaire dementie boos of agressief?
Boosheid bij vasculaire dementie is meestal frustratie, geen onwil. Door schade aan de bloedvaten in de hersenen worden denken en praten trager: op woorden komen kost moeite en overzicht houden lukt steeds minder. Tegelijk beseft iemand in het begin vaak nog goed wat er misgaat. Wie weet wat hij wil zeggen of doen, maar het er niet meer uit krijgt, raakt gefrustreerd, en die frustratie komt er soms als boosheid uit. Zoek daarnaast naar een patroon: boosheid heeft vaak een trigger, zoals drukte, haast of vermoeidheid, en een trigger kun je vermijden.
Verandert het karakter door vasculaire dementie?
Ja, het karakter kan veranderen door vasculaire dementie. Iemand kan prikkelbaar worden, minder geïnteresseerd raken in anderen of nauwelijks nog initiatief nemen. Dat komt door de schade aan de bloedvaten in de hersenen, niet door onwil en niet door jou. Het beeld is bovendien grillig: mensen met vasculaire dementie hebben goede en slechte dagen, en na een nieuwe beroerte of TIA kan er opeens een stap achteruit zijn. Wat gisteren nog lukte, lukt vandaag soms niet. Als je weet dat dit bij de ziekte hoort, wordt het makkelijker om de verandering minder persoonlijk te nemen, al blijft het gemis er niet minder om.
Komt depressie vaak voor bij vasculaire dementie?
Somberheid en depressie komen bij vasculaire dementie geregeld voor. In het begin van de ziekte weet iemand vaak nog goed wat er aan de hand is, en juist dat besef kan tot somberheid en depressie leiden. Het lastige is dat een depressie makkelijk gemist wordt: stil zijn, nergens zin in hebben en weinig initiatief nemen lijken op de dementie zelf. Bespreek aanhoudende somberheid daarom altijd met de huisarts. Die kan beoordelen of er een depressie meespeelt en wat daaraan te doen valt. Je hoeft niet te wachten tot het erg genoeg lijkt: hoe eerder het besproken wordt, hoe beter.
Hoe ga ik om met boosheid bij vasculaire dementie?
Reageer op het gevoel, niet op de woorden. Corrigeren en in discussie gaan werken bij dementie vrijwel nooit; rustig blijven, tijd geven en afleiden met iets vertrouwds werken vaak wel. Maak zinnen niet te snel af: een paar tellen langer wachten geeft iemand de kans het zelf te zeggen. Houd de dagen daarnaast voorspelbaar, met vaste tijden en één ding tegelijk. Wordt de boosheid agressie waar jij of je naaste niet meer veilig bij is, schakel dan de huisarts of de casemanager dementie in. Dat is geen falen, dat is precies waar zij voor zijn.
Wat kan ik doen als de zorg voor mijn naaste met dementie te zwaar wordt?
Regel op tijd ondersteuning, dus voordat je omvalt. Vraag een casemanager dementie aan via de huisarts: casemanagement wordt vergoed uit het basispakket, al vanaf de fase waarin er alleen nog een vermoeden van dementie is. Respijtzorg, zoals dagopvang of iemand die een paar dagdelen de zorg overneemt, geeft je ruimte om bij te tanken. En wees eerlijk naar jezelf: bij veranderd gedrag lijdt de mantelzorger er vaak meer onder dan degene met de ziekte. Merk je dat je eraan onderdoor gaat, bespreek het dan met de huisarts, of doe de gratis check op deze site: dan kijkt een verpleegkundige met je mee wat er in jullie situatie past.
Bronnen
Voor de feiten in dit artikel, waaronder de karakterverandering en de somberheid bij vasculaire dementie, heb ik me gebaseerd op deze bronnen:
- Alzheimercentrum Amsterdam, Vasculaire dementie (het karakter kan veranderen: prikkelbaar, minder geïnteresseerd in anderen, initiatiefverlies; goede en slechte dagen; grillig, stapsgewijs verloop).
- Alzheimercentrum Erasmus MC, Vasculaire dementie (na de ziekte van Alzheimer de meest voorkomende vorm van dementie; trager handelen en spreken, moeite met op woorden komen en met planning; klachten van somberheid en slaapproblemen).
- Hersenstichting, Vasculaire dementie (ontstaat door schade aan de bloedvaten in de hersenen; weinig initiatief nemen, langzamer praten, denken en bewegen, wisselend humeur en veranderend gedrag).
- Bravis ziekenhuis, folder Vasculaire dementie (in het begin weet de patiënt vaak nog wat er aan de hand is; dat kan tot somberheid en depressie leiden).
- Thuisarts.nl, Ik zorg voor iemand die dementie heeft (rust nemen, hobby's en contacten vasthouden, op tijd extra ondersteuning regelen, respijtzorg zoals dagopvang).
- Zorginstituut Nederland, Casemanagement dementie (casemanagement vergoed uit het basispakket, al vanaf de niet-pluis-fase).






