Op welke leeftijd begint Parkinson?
De ziekte van Parkinson ontstaat volgens de Hersenstichting meestal tussen het 50e en 70e levensjaar, en het risico neemt toe naarmate iemand ouder wordt. De meeste mensen die de diagnose krijgen, zijn dus zestigers en zeventigers.
Maar de spreiding is groter dan veel mensen denken: bij zo'n 15% van de mensen beginnen de klachten al vóór het 65e levensjaar. En een kleinere groep is nog jonger. Artsen spreken van Parkinson op jonge leeftijd, ook wel young onset, als de eerste klachten vóór het 50e levensjaar beginnen. Dat is zeldzaam, maar het bestaat, ook bij dertigers.
Juist bij jonge mensen wordt de diagnose nogal eens laat gesteld. Niemand denkt bij een stijve schouder of een slepend been van een veertiger meteen aan Parkinson; er wordt eerst gedacht aan een sportblessure, stress of een beknelde zenuw. Herken je dat, en blijven de klachten aan één kant van het lichaam terugkomen, dan is dat een goede reden om het bij de huisarts te benoemen. Wat de klachten precies zijn, lees je in de complete gids over de ziekte van Parkinson.
Jong en Parkinson: dezelfde ziekte, andere vragen
Medisch gezien is Parkinson op jonge leeftijd dezelfde ziekte als op latere leeftijd. Maar het leven waarin de ziekte binnenkomt, is totaal anders. Het Radboudumc heeft een speciaal programma voor mensen die de eerste klachten vóór hun 50e kregen, en de thema's daarin zeggen alles over waar deze groep mee zit: werk en arbeidsongeschiktheid, kinderen die nog thuis wonen ("hoe vertel ik het ze?"), en bij jonge vrouwen zelfs kinderwens en zwangerschap.
Ook praktisch verschilt er het een en ander. Jonge mensen hebben vaker last van dystonie, pijnlijke kramp waarbij bijvoorbeeld de voet naar binnen draait of tenen krommen. En omdat de behandeling tientallen jaren mee moet, maakt de neuroloog bij jonge mensen soms andere medicatiekeuzes. Reden te meer om behandeld te worden door een team dat deze groep vaker ziet.
Erfelijkheid: bij jong begin vaker een rol
Parkinson is in de meeste gevallen niet erfelijk. Maar bij mensen die de ziekte jong krijgen, is de kans op een erfelijke vorm wat groter. Het Radboudumc bespreekt DNA-onderzoek daarom vooral met mensen die de diagnose vóór hun 45e kregen of bij wie Parkinson vaker in de familie voorkomt. Hoe dat precies zit, ook voor kinderen van iemand met Parkinson, lees je in het artikel is Parkinson erfelijk?
Wat is het verschil tussen Parkinson en Alzheimer?
Deze vraag krijg ik geregeld aan de keukentafel, vaak van familie die beide ziektes van dichtbij meemaakt. Het korte antwoord: het zijn allebei hersenziektes die langzaam erger worden, maar ze raken verschillende functies.
- Bij Parkinson sterven vooral de hersencellen af die dopamine maken. Dopamine stuurt beweging aan, dus de kern van de ziekte is bewegen: trillen, stijfheid, traagheid, een voorovergebogen houding. Het geheugen kan lang intact blijven.
- Bij Alzheimer raken hersencellen beschadigd die nodig zijn voor het geheugen. De kern is onthouden: nieuwe informatie beklijft niet, afspraken en namen verdwijnen. Bewegingsklachten komen er meestal pas laat bij.
De twee kunnen elkaar wel raken. Een deel van de mensen met Parkinson krijgt na jaren alsnog dementie, de zogeheten parkinsondementie, die zich anders uit dan Alzheimer: eerder traag denken en moeite met plannen dan vergeetachtigheid. Hoe dat zit lees je in Parkinson en dementie. En speelt er dementie in de familie, in welke vorm dan ook, dan staat in zorg bij dementie thuis wat er nodig is om thuis wonen veilig te houden.
Wat je hiermee kunt
Krijg jij of je partner de diagnose op relatief jonge leeftijd, weet dan: er is gespecialiseerde begeleiding, en die maakt uit. Vraag om een verwijzing naar een centrum of team met ervaring met jonge mensen met Parkinson, en betrek de bedrijfsarts er vroeg bij als je werkt. De ziekte gaat meestal langzaam; er is tijd om het leven aan te passen in plaats van om te gooien.
En gaat het om een ouder die op leeftijd de diagnose kreeg, en merk je dat er thuis steeds meer nodig is? Ook dan hoef je het wiel niet alleen uit te vinden. Doe de gratis check, vier vragen, één minuut, en daarna denkt een echte verpleegkundige met je mee over wat er in jullie situatie past. Eerlijk advies, over álle routes.
Veelgestelde vragen over Parkinson en leeftijd
Op welke leeftijd krijg je meestal Parkinson?
De ziekte van Parkinson ontstaat volgens de Hersenstichting meestal tussen het 50e en 70e levensjaar. Het is dus vooral een ziekte van de tweede levenshelft, en het risico neemt toe met de leeftijd. Maar het beeld dat Parkinson alleen ouderen treft, klopt niet: bij ongeveer 15% van de mensen beginnen de klachten al vóór het 65e jaar, en een kleinere groep krijgt de eerste verschijnselen zelfs voor het 50e of 40e levensjaar.
Kun je Parkinson op jonge leeftijd krijgen?
Ja. Artsen spreken van Parkinson op jonge leeftijd (young onset) als de eerste klachten beginnen vóór het 50e levensjaar; het Radboudumc hanteert die grens ook voor zijn speciale programma voor jonge mensen met Parkinson. Het is zeldzaam, maar het komt voor, ook bij dertigers en veertigers. De ziekte zelf is hetzelfde, maar de vragen zijn anders: hoe vertel ik het mijn kinderen, kan ik blijven werken, wat betekent het voor een kinderwens? Juist daarom bestaan er gespecialiseerde teams voor deze groep.
Is Parkinson op jonge leeftijd erfelijk?
Vaker dan bij ouderen, maar meestal nog steeds niet. Parkinson is in de meeste gevallen niet erfelijk. Bij mensen die de ziekte jong krijgen, speelt een erfelijke aanleg wel wat vaker een rol. Het Radboudumc bespreekt DNA-onderzoek daarom vooral met mensen die de diagnose vóór hun 45e kregen of bij wie de ziekte vaker in de familie voorkomt. Zo'n test doe je niet zomaar; er gaat altijd een gesprek met een klinisch geneticus aan vooraf, ook over wat een uitslag betekent voor kinderen en verzekeringen.
Wat is het verschil tussen Parkinson en Alzheimer?
Het zijn allebei hersenziektes die geleidelijk erger worden, maar ze treffen verschillende functies. Bij Parkinson sterven vooral de cellen af die dopamine maken, waardoor bewégen het probleem wordt: trillen, stijfheid, traagheid. Het denken kan lang goed blijven. Bij de ziekte van Alzheimer raken hersencellen beschadigd die nodig zijn voor het geheugen, waardoor onthouden en herinneren het kernprobleem is; bewegingsklachten komen daar meestal pas laat bij. De ziektes kunnen elkaar wel raken: een deel van de mensen met Parkinson krijgt na jaren alsnog dementie.
Kun je Parkinson en dementie tegelijk hebben?
Ja. Dementie bij Parkinson heet parkinsondementie en komt volgens Alzheimer Nederland bij 35 tot 55% van de mensen met Parkinson voor, meestal pas na jaren ziekte en vooral op oudere leeftijd. Het begint vaak niet met vergeetachtigheid maar met trager denken en moeite met plannen. Bij jonge mensen met Parkinson speelt dit doorgaans pas veel later, als het al speelt. Wie zich zorgen maakt over denkproblemen bij Parkinson doet er goed aan dit bij de neuroloog te melden; die kan het in kaart brengen.
Bronnen
- Hersenstichting, ziekte van Parkinson (ontstaan meestal tussen 50 en 70 jaar, bij 15% vóór het 65e levensjaar, erfelijkheid zelden en vooral bij jonge mensen)
- Radboudumc, jong en Parkinson (young onset = eerste klachten vóór 50 jaar, DNA-onderzoek bij diagnose vóór 45 jaar of familiegeschiedenis, thema's werk, gezin en kinderwens)
- Alzheimer Nederland, dementie bij de ziekte van Parkinson (35-55% van de mensen met Parkinson krijgt dementie)






